Contact maken met de ander kent allerlei niveaus. Vaak zijn we onszelf daar niet direct van bewust, maar het is relevant om te weten op welk niveau je contact maakt met de ander. Daardoor kun je namelijk ook de kwaliteit van je contact toetsen. We onderscheiden 6 niveaus van contact maken. Hieronder een uitwerking daarvan.


^ referentie: Eric Berne (1968)

Niveau 1: Terugtrekken

Regelmatig trekken we onszelf terug door letterlijk afstand te nemen van de ander. Er is dan geen contact met de ander. Daarnaast kun je jezelf ook volledig terugtrekken terwijl je fysiek wel aanwezig blijft, bijvoorbeeld door in gedachten weg te dromen. Het niveau van terugtrekken biedt ons veiligheid want het risico op beschadiging is klein. Alleen de mate van erkenning van onze gevoelens ook.

Niveau 2: Rituelen

Rituelen kennen we allemaal. Je zou ze kunnen vergelijken met een voorgeprogrammeerde vorm van sociaal contact. Het is daarom behoorlijk voorspelbaar. Ieder kind leert al de rituelen van bijvoorbeeld het gezin, de regio en het land waar het woont. Een ritueel kan uiteenlopen van simpel ‘hallo’ zeggen als je iemand tegenkomt, tot zeer complexe sociale gebruiken. Vanwege het voorgeprogrammeerde karakter is het risico bij rituelen beperkt. Toch kun je bij rituelen ook ‘miskend’ worden. Hoe voel jij je als je een hand uitsteekt naar iemand, en hier wordt niet op gereageerd?

Niveau 3: Tijdverdrijf

Tijdverdrijven kenmerkt zich door het praten over van alles en nog wat, zonder hier een directe actie aan te koppelen. Kletsen over het weer, over de politiek, over anderen… Doordat op dit niveau het onderwerp van het gesprek ‘elders’ ligt, is het contactniveau niet bijzonder risicovol.

Niveau 4: Activiteiten

Bij dit contactniveau is de communicatie erop gericht een bepaald doel te bereiken. Het onderwerp van communicatie staat dus niet meer los van de gesprekspartners en de energie wordt op een tastbaar resultaat gericht. Het risico in het contact met de ander dat wordt ervaren kan zowel groter als kleiner zijn dan bij tijdverdrijf.

Niveau 5: Psychologische Spelen

Iedere vorm van communicatie waarbij gedrag (bewust en onbewust) wordt ingezet om ware emoties en gevoelens niet te tonen wordt een (psychologisch) spel genoemd. We worden boos terwijl we eigenlijk gekwetst zijn, we gaan veel praten om een compliment niet echt te hoeven laten ‘landen’, we houden ons groot terwijl we ons eigenlijk heel klein voelen, etc.

Psychologische spelen zijn herhalingen van strategieën uit onze kindertijd die nu niet meer effectief zijn. Het zijn uitwisselingen van miskenningen, want er wordt gereageerd op iets dat niet ‘echt’ is, maar wordt ingezet om iets anders te beschermen of niet te laten zien. Juist daarom hebben spelen als effect dat je na afloop een negatief gevoel ervaart.

Niveau 6: Intimiteit

Intimiteit is een niveau van contact waarbij je elkaar je echte emoties en gevoelens toont, zonder censuur toe te passen. Omdat je hierbij je ‘echte zelf’ laat zien, vormt deze mate van contact het grootste risico. Aan de andere kant bereik je met intimiteit ook de grootste vorm van erkenning, van ‘gezien worden’. Juist omdat er bij intimiteit geen verschil zit tussen wat er is en wat wordt getoond, is alle vorm van intimiteit voedend voor het contact. Het contact met jezelf en met de ander.

Maak bewuster gebruik van de 6 niveaus van contact maken. Wil jij meer erkenning, meer gezien worden? Dan is een belangrijke eerste stap jezelf meer te laten zien. Want alleen wat je laat zien, kan gezien worden. In hoeverre ben je open over je ware gevoelens, je onzekerheden en je kwetsbaarheden? Vaak zijn de delen die we het liefste wegstoppen, juist de delen van ons die we willen dat anderen zien.

Wanneer we op het werk meer verbondenheid ervaren, gaat er veel vanzelf beter. Medewerkers blijven langer binnen de organisatie, de werksfeer is beter, medewerkers komen beter tot bloei, er is meer zorg voor elkaar, etc. Het investeren waard om de kwaliteit van contact te verbeteren. Wil je alle niveaus leren kennen en toepassen? Tijd voor een teamtraining!

Ja, ook jij bent een leider

Twijfel jij of je leiderschap op je kunt nemen? Word jij voldoende serieus genomen door anderen? Of doet jouw mening en houding er minder toe? Besef dan eerst eens dat iedereen een leider is, dus ook jij. Waarom dat belangrijk is? Omdat iemand in de leidersrol meestal bewuster kijkt naar de effecten van zijn/haar gedrag naar anderen en naar jezelf. Dus jouw gedrag doet ertoe; bij elke werkgroep waar jij in plaatsneemt, bij elke klant met wie je spreekt, en bij elke collega die jij aanstuurt.

Jij als leider voor anderen…

Om serieus genomen te worden in contact met anderen is het belangrijk om een goede balans te houden tussen het structureren en voeden van anderen. Structureren is goed, maar teveel structuur bieden is funest voor het echt contact maken. De andere kant op kan het ook misgaan. Voeden is mooi, maar heeft ook een schaduwzijde als het te veel is. Wanneer structureren en voeden positief is en wanneer niet, zie je in onderstaand overzicht.

De snelweg van emotionele voeding en structuur; boven de emotionele voeding zoals assertieve of ondersteunende zorg en onder structuren zoals rigiditeit en als dan niet onderhandelbare regels.

^Bron: Illsley Clarke, J. & SWawson, C. (1989) Growing up again.

 

Jij als leider voor jezelf

Het gedrag dat het meest aanwezig is in contact met anderen, laat je vaak ook richting jezelf zien. Zit jij veelal in de positieve of negatieve hoek? Veelal structurerend of voedend? Weet dat, om te bouwen aan jezelf en anderen, een goede balans nodig is tussen beide gedragstypes.

De snelweg van (emotionele) voeding en structuur

Op de snelweg van (emotionele) voeding en structuur wordt overzichtelijk (en misschien wel confronterend) wat het effect van voeding en structuur is. Bij gezonde voeding en structuur blijf je op de weg, maar je kunt bij verkeerde voeding of structuur ook in de berm terechtkomen of zelfs in het moeras. Het goede nieuws: er is altijd een weg terug!

Wat heb jij zelf vooral meegekregen en doorgekregen qua voeding en structuur van leiders in jouw leven, zoals je ouders, je docenten en werkgevers? Rijd jij op de weg, ben je in de berm beland of zelf in het moeras?